Het schot van de fotograaf
Peter Michalzik - Frankfurter Rundschau (3 augustus 2008)

Hans Petter ziet er niet alleen goed uit, de Noor kan ons met zijn plechtige gezangen ook aangenaam treurig maken. Wie naar Benoît kijkt en luistert, voelt zich lekker warm worden, zoals in de armen van een ontspannen clown. De rok van Inge is schandalig kort, en haar benen zijn zeer lang. En Yumiko uit Japan is zo buitenaards mooi, dat haar vriendelijke, open blik zowaar een dubbel geschenk wordt. Vier van de twaalf mensen die op het podium stonden, vier van twaalf, naar wie je voor eeuwig zou kunnen kijken. Needcompany is in eerste instantie een verzameling mooie mensen. Zij zijn eenvoudigweg mooi, zij zien er goed uit en hun schoonheid is van die aard, dat ze slechts weinig mensen gegeven is; mensen, van wie je ziet dat zij niet alleen een eigen leven, maar ook een eigen verhaal hebben. Aan schoonheid kan men twijfelen, schoonheid kan begerig of sprakeloos maken, schoonheid kan men bewonderen of aanbidden, misschien wil men ze wel vernietigen, maar van kijken naar schoonheid kun je nooit genoeg krijgen en niemand blijft er onbewogen door. Schoonheid – misschien is dat het laatste mysterie waar we nog geloof aan hechten. Wij zijn bij het begin van ‘Het Hertenhuis’, waar je de eigenzinnigheid van deze meertalige groep – met een naam die klinkt als ‘nood aan gezelschap’ - het beste kunt aanschouwen. Uiterst behoedzaam nemen ze het witte podium in, eerder een zweem dan een bezetting. Wij kijken naar hen. Ze bevinden zich in de kleedkamer voor een gastvoorstelling. Zij zijn licht gekleed, zij dansen en gillen, maken muziek en flauwekul, zij rollen hun broekspijpen naar boven en trekken hun broek naar beneden, zij steken handdoeken in hun broek en maken er staarten van. Zij vertellen aan elkaar wat ze beleefd hebben, Benoît heeft een ongeval gezien, Anneke heeft met een geweer een hert gedood, Maarten vertelt over het hartinfarct van zijn grootmoeder en over de dood van zijn broer – verhalen zonder samenhang. Het is verrassend om vast te stellen hoe ontspannen en opgewekt men een podium kan innemen. Alleen al daarin steekt verbazingwekkende intelligentie. Het is onder dankzij deze podiumvisie dat Jan Lauwers en Needcompany beroemd zijn geworden. Er is vaak over nagedacht, heel wat boeken over postmodern theater zijn eraan gewijd, ontelbare keren werd dit al geïmiteerd. En uiteindelijk komt het toch weer op hetzelfde neer: soms voel je je zo vertrouwd met deze mooie performers, dat je het gevoel krijgt er zelf bij te horen. Hier werkt niets alsof het werd georganiseerd, hoewel je er niet aan twijfelt dat alles artificieel is: de vanzelfsprekendheid van de kunst. Het leven op de bühne is hier zo echt, zoals enkel het leven zelf echt kan zijn. In de kleedkamer komt Tijen met een ander, toevallig verhaal; zij is net terug uit de Joegoslavische burgeroorlog, waar haar broer, een oorlogsfotograaf, doodgeschoten werd. Zij heeft zijn dagboek gevonden, waarin hij korte, uiterst scherpe teksten heeft geschreven bij zijn foto’s, maar zij heeft geen informatie over zijn dood. In de kleedkamer wordt ook de bewusteloze Yumiko gevonden. Niemand kent haar, hoewel zij bij het ontwaken al haar collega’s blijkt te kennen. Wat gebeurt daar? Zij willen de vreemde onderzoeken en haar tas doorzoeken. Wat hier nu gebeurt, is uiterst broos, minutenlang theater, zo breekbaar als het allerdunste glas. En dan komt er een nieuwe scène. We bevinden ons in een vallei ergens in Kosovo, in het Hertenhuis, waar zich een familie heeft teruggetrokken om herten te kweken. Alles wat hier gebeurt, is fantaseren over Tijens dode broer. Het is een poging om zijn verhaal te distilleren uit de grote oorlogswereld. Dit ‘Hertenhuis’ wil de onmetelijke droefheid in woorden en beelden vatten. ‘Het Hertenhuis’ is het derde deel van de trilogie ‘Sad Face / Happy Face – drie verhalen over de menselijkheid’ en dit is het treurige deel. Deel één was een ode aan het leven, deel twee gaf zich over aan de vertwijfeling. ‘Het Hertenhuis’ is het stuk over het heden. Het eerste deel ging over het verleden, het tweede over de toekomst. Hiermee sluiten Lauwers en Needcompany een trilogie af, waarmee zij vier jaar geleden in Avignon begonnen waren. Het eerste deel, ‘De kamer van Isabella’, geldt sindsdien als een van de theaterhoogtepunten van onze tijd. Hierop volgde dan, eveneens in Avignon, ‘De Lobstershop’. Na de première van ‘Het Hertenhuis’ werd in Salzburg de trilogie voor het eerst in zijn geheel opgevoerd. Het werk getuigt van geestelijke rijpheid; een indrukwekkend panorama van een onoverzichtelijk tijdperk en een tedere reflexie over het leven. ‘De kamer van Isabella’ staat vol Afrikaanse voorwerpen. Jan Lauwers heeft zulke etnografische verzameling daadwerkelijk geërfd van zijn vader, het reële vertrekpunt van het stuk. Ook de broer van Tijen is echt doodgeschoten en was werkelijk oorlogsfotograaf. Zoals in ‘Het Hertenhuis’ de verbeelding ontstaat vanuit de dood van de broer, gebeurt dat in ‘De kamer van Isabella’ vanuit de verzameling van Lauwers’ vader. De gezamenlijke voorstelling van toeschouwers en acteurs, het hart van elk theaterstuk, staat bewust in het centrum van deze trilogie. Dat maakt ‘De kamer van Isabella’, naast de ontwapenende levendigheid van Isabella, zo onweerstaanbaar. Isabelle haalt haar verbazingwekkende levenskracht uit het denkbeeldige Afrika en uit de actrice Viviane De Muynck. Een mens die door een hele eeuw wordt gehaspeld en door wiens levenskracht het surrealisme en ‘Finnegan’s Wake’ verbleken. Wat een mooie vrouw, deze Isabella, wat een mooie actrice, deze Viviane De Muynck! ‘De Lobstershop’ – deel twee – moet het zonder De Muynck en zonder uitgangspunt uit de realiteit stellen, het gaat namelijk over de toekomst. Het stuk is een complexe constructie, die meer verwarring dan inzicht brengt, musical, stadssage, familiedrama. Misschien doet Lauwers hier bewust aan verwarring. Aanvankelijk nog vol grappen en humor, blijft uiteindelijk enkel nog depressie over de toekomst die wij voor onszelf bouwen: dood, geweld, nachtmerrie. Alles verstikt als een schreeuw in een micro zonder versterker. Slechts één, zeer mooi, jong koppel – de eerste kloon Salman, die eruitziet als Adam Green, en Nasty, het droommodel dat hier met blote borsten rondloopt – viert feest ter gelegenheid van zichzelf. Hij met gitaar, zij met ontbloot bovenlichaam. ‘De Lobstershop’ is het zwakste deel van de trilogie, maar met zijn ruwe en woeste somberheid echter onmisbaar voor het geheel. Tussen het felle Isabella-leven van het verleden en het nihilisme van de toekomst ligt dus nu het Hertenhuis van het heden. Het podium is helemaal gevuld met witte plastic hertenkadavers, symbool voor alle doden (heel opvallend en met de morele ongrijpbaarheid van een gedenkteken). Viviane De Muynck is als moeder van de teruggetrokken familie opnieuw de spil van het gezin. Grace is een van haar dochters, gespeeld door Grace Ellen Barkey. Zij zet de rol van een mentaal gehandicapte neer met een emfase en een rolbeleving die men in de hele geschiedenis van Needcompany nog niet heeft gezien. Wanneer Grace ‘mama’ roept bij het dooreenschudden van haar dode zus, alsof het een plastic hert is; wanneer zij, die een andere vorm van medeleven heeft, de herten met witte handschoenen redt, dan is zij de beschermster van de herten en dan is Needcompany een heel normaal toneelgezelschap geworden. Maar deze Grace is toch merkwaardig: Lauwers heeft haar afgestemd op Nicole Kidman in ‘Dogville’ van Lars von Trier. In die film heet ze eveneens Grace. Maar de personages in het Hertenhuis dragen hun werkelijke naam. Grace is Grace is Grace. Benoît, de dode broer van Tijen - en dat is de clou van het stuk - trotseert hevige sneeuwstormen en gaat naar Hertenhuis om te zeggen dat hij Inge, een andere dochter van Viviane heeft doodgeschoten. Bij het fotograferen van een massaterechtstelling werd hij ertoe verplicht de moeder of de dochter te doden. Op die manier kon hij één leven redden. Nu waren de doden bij Lauwers altijd al in levenden lijve op het toneel aanwezig, dus ook nu. Zij spreken met de levenden over het verdere verloop van zaken. Het is in deze verhalen dat hij zijn hele emfase als auteur heeft gelegd. Met het uitdiepen van zulke verhalen heeft hij een soort diepgang bereikt, die perfect hoort bij zijn onmogelijke thema, de burgeroorlog, de duistere praktijken van moord, massamoord en traumatisering. ‘Het Hertenhuis’ is ook een dramatische reflexie over onze rol in de oorlog. Benoît, de toekijkende oorlogsfotograaf, heeft Inge doodgeschoten omdat de soldaten hem ertoe gedwongen hadden deel te nemen aan de oorlog. De waarnemer moest een partij zijn; de oorlog - die niet zijn oorlog was - heeft hem opgeslokt of geïnfecteerd. Er blijft niets over van onze zogenaamd ongeïnteresseerde blik, die naast een gevoel van medeleven ook altijd al iets pornografisch had. Deze erkenning gebruikt Lauwers ook in het theater zelf - dat toch o zo graag mooie lichamen toont. In ‘het Hertenhuis’ ligt de overleden – zeer mooie en zeer naakte – Inge als een object op het toneel tentoongesteld. En daarmee komen wij bij de derde en beslissende passage van deze opvoering: zij probeert voyeurisme om te buigen in emotie. Wanneer de overledene, de zopas door Grace dooreengeschudde Inge opstaat en zich vrolijk herinnert hoe in India de doden voor de gieren worden geworpen, begint de zinloosheid van haar dood weg te vallen. Wanneer Tijen, een danseres die niet zo erg goed kan acteren, weent om haar dode broer, weet zij waarschijnlijk niet eens hoeveel echte tranen ze daarbij plengt. Maar precies daardoor wordt het voor de toeschouwers zo emotioneel. Dit pure en doordachte theater, overgeleverd aan het moment, wordt nooit star en maakt aldus troost en gevoelens mogelijk.

Needcompany
Ensemble weNEEDmoreCOMPANY Contact
 
producties
Jan Lauwers Grace Ellen Barkey Maarten Seghers performing arts beeldende kunst Film
 
speeldata
Kalender
 
Shop
Boeken Muziek Film
 
Nieuwsbrief
Aanmelden Archief
NEEDCOMPANY  |  info@needcompany.org  |  Privacy  |  Pro area
Deze website gebruikt cookies. Door verder te gaan op de site ga je akkoord met onze cookie policy.