L’incoronazione di Poppea als Gesamtkunstwerk
Florian Oberhummer - Salzburger Nachrichten (14 augustus 2018)

Een keizer is stapelverliefd en laat de anderen lijden: „L’incoronazione di Poppea” als gesamtkunstwerk

Een tiran wordt verliefd op een bekoorlijke vrouw. Samen liquideren ze alles wat hun lust ook maar enigszins in de weg kan staan: de voormalige huwelijkspartners, maar ook de stem van het verstand. Passie eist slachtoffers. Dit zou in deze gouden streaming-jaren de plot van een populaire serie kunnen zijn, maar als opera gaat dit gegeven al bijna 375 jaar mee „L’incoronazione di Poppea“ van Claudio Monteverdi is een werk dat niet direct met onze morele principes overeenstemt. Monteverdi onthoudt zich dan ook van enige psychologische verklaring voor het gruwelijke gedrag van Nerone en Poppea.

Wie dit duister-fascinerende muziekdrama in scène wil zetten, gaat een echte uitdaging aan. Op de Salzburger Festspiele – met première op zondag – waagt Jan Lauwers zich aan „Poppea“. Opnieuw heeft Markus Hinterhäuser een operaregie toevertrouwd aan een beeldend kunstenaar. En zijn experiment is tot nu toe een succesverhaal: William Kentridge liet vorig jaar een overweldigende bewegende-beeldenstorm op „Wozzeck“ los. Romeo Castellucci koos dan weer voor het andere uiterste en voorzag „Salome“ van gereduceerde maar trefzekere beelden. En Jan Lauwers zet bij zijn operadebuut volop in op de kracht van de lichaamstaal.

Op het licht oplopende speelvlak in het Haus für Mozart heeft de Vlaamse gesamtkunstenaar een reusachtig tableau met naakte mensen neergezet. Sarah Lutz, de solodanseres van Needcompany en 17 artiesten van de SEAD (Salzburg Experimental Academy of Dance) bevinden zich op een lijkenberg. Lauwers gebruikt dit mensenmateriaal heel bewust als levende commentaar bij de handelingen. De dance performers transponeren de affecten die Monteverdi in klanken heeft omgezet opnieuw tot gebaren en lichaamsbeelden.

Het begint reeds bij de proloog. Als schaduwen volgen kreupelen op krukken de goden Fortuna, Virtù en Amor tijdens hun gekrakeel. Deugd, liefde en geluk worden op die manier tot iets gebrekkigs; hun invloed op de mensen is kleiner geworden. Later worden menselijke slachtoffers met ketchup geprepareerd, gespierde jongelingen meten zich met elkaar in de ring, een live camera zendt wazige beelden uit in de stijl van een ontluisterende “making off“. Het anagram „Roma/Amor“ prijkt als een übermotto op een bord.

Eén „tableau vivant“ is zeer beklijvend: een tiental spaarzaam geklede dansers schaart zich kunstzinnig om Poppea heen en gaat met haar op bed liggen. Als haar gehoornde echtgenoot Ottone probeert zelfmoord te plegen, komt deze mensenhoop tot leven en vormt zich bliksemsnel om tot een onoverkoombare hindernis.

Jan Lauwers stelt de conventies van de opera in vraag

Lauwers brengt tijdens de ruim drie en een half uur durende voorstelling ontelbare choreografische ideeën, waarvan een aantal echter onopgeloste raadsels blijven. De SEAD-dansers verlenen aan de productie een forsige, krachtuitstralende lichamelijkheid. Lauwers komt daarmee zeer dicht bij de essentie: draait alles niet om de macht van Eros, om de verblindende begeerte, om de passie die alle rede en verstand uitschakelt?

Met Needcompany heeft deze Vlaming ooit – ook bij de Salzburger Festspiele – het conventionele begrip “theater” doorbroken; hier zoekt hij nu naar een zo direct mogelijke vorm van gesamtkunstwerk met dans, muziek en theaterspel.

Het muzikale gedeelte van dit totaalspektakel ligt in handen van William Christie. Als specialist op het gebied van Oude Muziek ontfermt hij zich over een partituur die aan de uitvoerders zoveel vrijheid verleent als vrijwel geen enkele andere in de bijna 400 jaar oude geschiedenis van de opera. Vandaag zou men datgene wat Claudio Monteverdi heeft nagelaten, beschouwen als het betere pianostuk. William Christie heeft gekozen voor een minimale bezetting van 16 muzikanten die zich in twee orkestbakken midden op het podium bevinden en zodoende een actief element in het hele gebeuren vormen.

De manier waarop het historisch perfect geschoolde ensemble „Les Arts Florissants“ de muziek van Monteverdi brengt met luiten, blokfluiten, cornetten en orgel, is zowel afwisselend als helder. Centraal staat het continuo-spel: vrijwel geen enkel recitatief lijkt op een ander, binnen de kortste tijd worden instrumentengroepen opnieuw samengesteld. De meester ziet ervan af om alles uit te dirigeren en drijft de muzikale flow aan op cembalo. En toch klinkt het steeds bijzonder vloeiend.

Zo verleent Christie aan de zangers een ideale voedingsbodem. Elke nuance kan wegens de zeer gehorige akoestiek van het Huis duidelijk worden waargenomen. En het gaat erom aandachtig toe te luisteren naar deze aaneenschakeling van toppers van barokgezang.

Laat ons beginnen bij de hoofdfiguren: Sonya Yoncheva belichaamt als Poppea de opperste zinnelijkheid. De Bulgaarse sopraan met de allround-stem voelt zich zowel bij Verdi als bij Monteverdi perfect in haar schik. Dat betekent een vrijwel eindeloze bron aan kleuren en schakeringen, maar ook een luxueus, ruimtevullend stemvolume. De vraag „Tornerai?“ hult Poppea in verzuchtende, verrukkelijke legato-lijnen. En natuurlijk gaat Nerone terugkomen. Deze vrouw weet precies wat zij wil en hoe zij het kan verkrijgen.

William Christie leidt een stemmenfestijn

Heel anders is Keizer Nero: een onberekenbare grensganger, bedwelmd door macht en seks. Lauwers en Christie hebben ervoor gekozen om de rol van Nerone door een vrouw te laten spelen. Kate Lindsey schittert in een glansrol met intensieve vocale prestaties en uitstekend acteertalent. De manier waarop deze Amerikaanse performer haar dromerige slanke mezzostem telkens weer bewust kan laten afglijden tot in het hatelijke en dan de afgronden van haar figuur blootlegt, is indrukwekkend; even indrukwekkend als haar boze blik.

Yoncheva en Lindsey bevinden zich tijdens de twee lange duetten in het derde bedrijf ook vocaal op eenzame hoogte. Het finale „Pur ti miro“ is gewoonweg niet van deze wereld, zo facetrijk en ontroerend brengen beiden hun liefdesverklaring.

De Salzburger Festspiele vergen niet alleen een perfect casting voor elke rol, maar ook een unieke vocale invulling ervan. De fulminante Stéphanie d’Oustrac als Keizerin Ottavia en countertenor Carlo Vistoli als Ottone vormen een markant anti-paar. Beiden onderlijnen de ontwikkeling van hun personage ook op zangtechnisch niveau, van oorspronkelijk nobele lieftalligheid tot wraaklustige razernij.

Als gedupeerden van de hele affaire ontdekken zij hun duistere kant. Ottavia dwingt Ottone tot moord op Poppea. Die krijgt de steun van Drusilla – Ana Quintans ragfijne sopraan is een ware ontdekking -, maar het plan mislukt. Nerone verbant hen alle drie uit Rome.

Een ander slachtoffer is de filosoof Seneca, die door Nerone tot zelfmoord wordt gedreven. Renato Dolcini ontlokt aan zijn machtige bariton de nodige in liedvorm gebrachte duidelijkheid en garandeert – gehuld in een futuristisch stekelpak van Lemm&Barkey – diep inzicht in de ziel van een ten dode opgeschrevene. Met hun jonge, zuivere stemmen, doen Lea Desandre en Tamara Banjesevic alle oren spitsen tijdens de godenproloog. En best wel komisch is het Ammen-duo bestaande uit Dominique Visse en Marcel Beekman

Een waar stemmenfestijn dus, tot in de kleinste bijrollen. Het publiek dat de première bijwoonde, bejubelde de zangers en William Christie met zijn muzikanten. Wat Jan Lauwers betreft, daar liggen de meningen uiteen. De regisseur kreeg volwaardige instemming, maar moest ook duidelijk boegeroep incasseren. Een operaproductie die niemand koud laat: kan er nog een duidelijker teken zijn dat deze, alle kunstvormen verenigende, koningsdiscipline levend en wel is?

Needcompany
Ensemble weNEEDmoreCOMPANY Contact
 
producties
Jan Lauwers Grace Ellen Barkey Maarten Seghers performing arts beeldende kunst Film
 
speeldata
Kalender
 
Shop
Boeken Muziek Film
 
Nieuwsbrief
Aanmelden Archief
NEEDCOMPANY  |  info@needcompany.org  |  Privacy  |  Pro area
Deze website gebruikt cookies. Door verder te gaan op de site ga je akkoord met onze cookie policy.