Oorlogsbestseller ontroert ook op het podium
Filip Tielens - De Standaard (8 december 2017)

****

‘Oorlog en terpentijn’ op de planken brengen? Het moet dé uitdaging van dit theaterseizoen zijn. De podiumversie begint stroef, maar draait door een geniale greep van regisseur Jan Lauwers en een grootse Viviane De Muynck uit op een ontroerend einde. Missie geslaagd.

Ze liggen al klaar op een tafeltje, de twee cahiers waarin Urbain Martien op zijn oude dag zijn levensverhaal neerpende. Zeventien jaar werk en 600 pagina’s handgeschreven notities, daarbij steeds dieper duikend in de loopgraven van zijn herinnering. Het leverde kleinzoon Stefan Hertmans uniek bronmateriaal op voor de succesroman Oorlog en terpentijn, die boezemvriend Jan Lauwers op zijn beurt gebruikte als grondstof voor zijn theateradaptatie.

Daarbij heeft Lauwers de structuur van het boek behouden, maar wel stevig gemorreld aan het vertelstandpunt. Twee persoonlijke stemmen filterde hij weg: de queeste van Hertmans en de (oorlogs)getuigenissen uit de eerste hand van zijn grootvader. In plaats daarvan vertelt Viviane De Muynck het verhaal hier in derde persoon. Die meer afstandelijke aanpak is even wennen. Raakte het boek meteen een gevoelige snaar, dan blijven empathie en ontroering in deze theaterversie langere tijd afwezig.

Tableaus gedrenkt in schoonheid

De Muynck is trouwens de enige persoon die praat in dit twee uur durende theaterstuk. De andere performers van Needcompany beelden op de achtergrond haar verhalen uit. Dat levert gelukkig geen letterlijke poppenkast op, maar wel tableaus gedrenkt in schoonheid.

Zo zie je in het eerste deel, over Urbains jeugd, de dansers druk in de weer als arbeiders in de ijzerfabriek. Daar hoort veel opgewonden kabaal bij: de vooruitgang klopte immers met luide trom aan de poorten van de 20ste eeuw. Het verleidt Lauwers er helaas ook toe om sneller door deel één te rushen dan nodig.

Choreografisch knokken

Maar de voorstelling gaat in stijgende lijn. Het oorlogshoofdstuk is knap. Zoals Hertmans de gruwel van het slagveld beschrijft in al zijn details, zo wil Lauwers je die vooral doen voélen. De gechoreografeerde knokpartijen zien er heftig en pijnlijk uit. Het geweld maakt indruk, maar is wel ontdaan van de meeste context en anekdotiek uit de Eerste Wereldoorlog. Dit is een universele strijd die overal kan plaatsvinden, niet alleen in de Westhoek.

Wanneer ademhaling, dans en muziek in overdrive gaan, zit je op het puntje van je stoel. De kruisbestuiving tussen kunstvormen, waarin Needcompany altijd uitblinkt, werkt hier goed. Soms belanden muzikanten Alain Franco (piano), Simon Lenski (cello) en George van Dam (viool) zelfs mee als soldaat in het strijdgewoel, terwijl ze ondertussen de prachtige nieuwe composities van Rombout Willems proberen te spelen op hun ronddraaiend podium.

Dan is er ook Benoît Gob, die Urbain Martien belichaamt en langs de zijkant voortdurend schilderijen kopieert: een prachtig jong meisje, een doodskop, een boeket bloemen, een naakte vrouw langs de rug. Het is een sterk contrast tussen de soldaat die hij noodgedwongen was (‘oorlog’) en de kunstschilder die hij had willen zijn (‘terpentijn’).

De enige die pendelt tussen het voorplan, bij De Muynck en Gob, en de voortwoedende oorlog achteraan, is Grace Ellen Barkey. Als verpleegster mankt zij door iedere scène heen, om onderweg verkracht te worden, wonden te stelpen en de stervenden te assisteren. Zij is een allegorie van de barmhartigheid, de helende kracht van de tijd – een interessante toevoeging van Lauwers ten opzichte van het boek.

Vrouwen boven

Maar de slimste ingreep bewaart Lauwers voor het derde deel, over de naoorlogse jaren. Plots stapt De Muynck uit haar neutrale vertelstandpunt. Ze blijkt in wezen Gabrielle te zijn, de grootmoeder van Stefan Hertmans en de echtgenote van Urbain Martien. Maar ook: de zus van Maria Emelia, de vroeg gestorven liefde van Urbain die hij nooit te boven kwam en die hij in zijn gedachten en schilderijen altijd zou blijven begeren.

De vrouwen, die in Hertmans’ roman slechts zijpersonages zijn, worden bij Lauwers plots de spil van het verhaal. Wanneer De Muynck, die in dit derde deel in zeer grootse doen is, nu uit de cahiers voorleest over de seksuele ontberingen van Urbain, spreekt ze dus eigenlijk over haar eigen personage. Geestig en tragisch tegelijk.

Zo daalt er in deze laatste drie kwartier een rust en gevoeligheid neer die in de rest van het stuk nog wat ontbreekt. Dat maakt van deze Oorlog en terpentijn misschien geen perfecte theateradaptatie, maar wel een sterke, slimme en eigenzinnige bewerking die finaal ook diep ontroert.

Needcompany   Nieuwsbrief
Ensemble   Aanmelden
weNEEDmoreCOMPANY   Archief
Contact
Ontwikkeling
NEEDCOMPANY  |  info@needcompany.org  |  Privacy  |  Pro area
Deze website gebruikt cookies. Door verder te gaan op de site ga je akkoord met onze cookie policy.