De theaterversie van 'Oorlog en terpentijn' is een prachtige leugen
Els Van Steenberghe - Knack (11 december 2017)

****

Jan Lauwers heeft gelogen. En dat in de persmap over zijn bloedeigenste voorstelling! Hij zou een voorstelling van twee uur te maken 'door een meesterwerk te verminken', stelt hij. Een grove leugen! Zijn Oorlog en terpentijn is allerminst een verminking van het gelijknamige boek waarmee Stefan Hertmans de wereld in 2013 terecht in vervoering bracht. 

Het onderwerp van het boek is overigens niet het soort onderwerp waarmee een mens zijn medemensen gemakkelijk in vervoering brengt. Hertmans ging aan de slag met de dagboeken die zijn grootvader neerpende. Urbain Martien overleefde een hondenjob in een ijzerfabriek, de loopgraven tijdens de Eerste Wereldoorlog, een in duizend stukken gebroken hart na het overlijden van zijn grote liefde en ook de Tweede Wereldoorlog. Maar die ellende ging niet in zijn koude kleren zitten. De man tekende en schreef zijn ziel tot rust. 

Hertmans goot zijn grootvaders leed in meesterlijk gebeeldhouwde zinnen waarin de schoonheid van de poëtische taal als tegengewicht geldt voor de vaak schrijnende inhoud. Het lezen van Oorlog en terpentijn is daardoor tegelijkertijd een feest en een wake. Daarom is het een meesterwerk. 

Wat Stefan Hertmans doet met zijn poëtische pen, doet Lauwers met zijn oog voor beklijvend theater. Terwijl er wordt geleden, wordt er schoonheid gecreëerd.

Lauwers' verminkt dat meesterwerk niet, hij vertaalt het naar andere kunstvormen. Jawel, niet één maar verschillende kunstvormen. Lauwers regisseert geen acteurs, maar kunstenaars, en dat klinkt gekker dan het is.

Grace Ellen Barkey zwijmelt over de scène in een veel te groot verpleegsteruniform en bespeelt zo, het hele stuk lang, de krop in je keel. Verteller Viviane De Muynck doet waarin zij een meesteres is: ze schenkt ons woorden met de nonchalance van een tooghanger en de gevoeligheid van een primaballerina - en of ze die spreidstand aankan. Cellist Simon Lenski, pianist Alain Franco en violist George van Damverschuilen zich, uitgedost als soldaten, op een verrolbaar podiumpje-op-het-podium en spelen Rombout Willems' compositie, een machtige mélange van zachte tristesse en scherpe chaos. Dansers Sarah Lutz, Mélissa Guérin, Elik Niv, Maarten Seghers en Mohamed Toukabri strompelen, stuiteren, trippelen, rollen en stoeien door het geheel. 

Dat geheel is gespleten. Op het voortoneel vertolkt Benoît Gob de rol van Martien, zonder een woord te zeggen. Gob is naast acteur ook een begenadigd beeldend kunstenaar is en zit tijdens de voorstelling in 'zijn atelier', te schilderen en te tekenen. Hij maakt lieflijke taferelen, vrouwen met prachtige haardossen en romantische witte rozen, die je oog rust geven als de gruwel op het andere, grootste deel van de scène te groot wordt. 

Viviane De Muynck schenkt ons woorden met de nonchalance van een tooghanger en de gevoeligheid van een primaballerina.

Soms wordt die gruwel daar (te) groot. Lauwers trekt in deze voorstelling eens niet de kaart van de felle kleuren en verkwikkende rock-'n-rollsongs. In zijn beeldend werk zocht hij vorig jaar (tijdens de tentoonstelling Silent Stories) al de meer ingetogen houtkleuren en de perfectionistische pentekeningen op. Die lijn trekt hij hier prachtig door. 

Terwijl het voortoneel een knus en krap atelier voorstelt waar geschilderd, getekend, gepraat en later ook gekonkelfoesd, gestorven én taart gebakken wordt, is het achtertoneel kaal. Dansers verrollen het podium met de muzikanten, houten panelen klapperen vervaarlijk tegen elkaar, bijvoorbeeld wanneer de oorlog wordt verbeeld door dansers die, in verknipte soldatenuniformen, met elkaar op de vuist gaan. Maar intussen laten de vechtersbazen een vrolijk dansende ballerina wél ongemoeid.

Die 'intussen' is cruciaal. Wat Hertmans doet met zijn poëtische pen, doet Lauwers met zijn oog voor beklijvend theater. Terwijl er wordt geleden, wordt er schoonheid gecreëerd. Als de gruwel te groot wordt, kun je hoop tanken door naar een vrolijke ballerina te kijken of een acteur die mooie bloemen schildert. Lauwers laat zijn toeschouwers doen wat ook Hertmans' grootvader deed: vluchten in artistieke schoonheid als de realiteit te rauw wordt.

Jan Lauwers laat zijn toeschouwers doen wat ook Stefan Hertmans' grootvader deed: vluchten in artistieke schoonheid als de realiteit te rauw wordt.

Het geweld blijft, maar de schoonheid ook. Die ijzersterke moraal van Hertmans' verhaal krijgt een ontroerende theatrale tegenhanger in dit stuk. Lauwers' voorstelling is een ode aan het boek én zet aan om - opnieuw - in het boek te duiken. Bovendien ontmaskert deze voorstelling Lauwers als een meester die met rakend veel respect voor Hertmans' meesterwerk zijn eigen meesterwerk bouwt. Eentje dat een mens evengoed in vervoering brengt.

Needcompany
Ensemble
weNEEDmoreCOMPANY
Contact
Ontwikkeling
NEEDCOMPANY  |  info@needcompany.org  |  Pro area