Notice: Undefined offset: 0 in /data/sites/web/needcompanyorg/www/WWW-old/index.php on line 1548
Needcompany | Performing arts: Jan Lauwers | Sad Face | Happy Face, Een Trilogie
Home
⪡JanAndGraceSubNav⪢
MIS VOOR DE STERVELINGEN
POLITIKEN (COPENHAGEN) [02/04/2011]
De ondraaglijke lichtheid van het bestaan
SUEDDEUTSCHE ZEITUNG [04/08/2008]
Sad Face | Happy Face
SALZBURGER NACHRICHTEN [04/08/2008]
Het schot van de fotograaf
FRANKFURTER RUNDSCHAU [03/08/2008]
Need-Music: Dé zomerliefde
SALZBURGER NACHRICHTEN [12/07/2008]
MIS VOOR DE STERVELINGEN
Politiken (Copenhagen) - 02/04/2011

Met zijn trilogie over de moderne mens laat regisseur Jan Lauwers met zijn baanbrekende Needcompany op overweldigende wijze zien hoe het theater vandaag de dag verhalen kan vertellen. Het klinkt misschien als een hoop slap gelul. Een van die beroemde, controversiële regisseurs komt, regelrecht vanuit de wandelgangen der internationale festivals, op de planken van het Republique-theater om ons te vertellen over niet minder dan ‘de aard van de moderne mens’. De hele santenkraam van leven en dood, lijden en schoonheid. En dat zelfs in een zeven uur durende trilogie, waarin elk deel het verleden, het heden en de toekomst voorstelt. Toe, zeg! Maar dat is precies waartoe de Belg Jan Lauwens en zijn grensverleggende Needcompany ons uitnodigen: theater in een uitzonderlijke menselijke opzet, die ons er op verbazingwekkende wijze bij betrekt. Ik begrijp nog steeds niet precies hoe. Tijdens de voorstelling echter – een voorstelling die lijkt over te stromen en tegelijkertijd te veel en te weinig lijkt te zijn – was het net alsof je aan de kern van het leven raakte. Een overweldigend gevoel van verlies, maar ook een onweerstaanbaar levensinstinct. Zoals de titel van de trilogie al suggereert: ‘SAD FACE | HAPPY FACE’. Een van de geheimen achter het theater van Lauwers is dat hij zijn acteurs gewoon rechtstreeks tegen hun publiek laat praten. Ze vertellen verhalen, onderbreken elkaar, reageren op elkaar af, dansen of zingen – met een emotionele en fysieke intensiteit, maar ook waarachtig in vrede met zichzelf en met de realiteit die ze hier en nu op het toneel creëren. Dat is iets wat verlangen en levenslust kan wekken. Kijk eens hoe de hoofdrolspeelster, de vijfenzestigjarige Viviane De Muynck, het fundament onder dit alles wordt in de eerste helft van ‘De kamer van Isabella’. Als de versleten oudgediende Isabella vertelt ze haar levensverhaal met een sigaret in haar mond, haar grote boezem vooruitgestoken en omringd door een schare archeologische objecten die een daarin vervat verleden uitstralen. Maar wat moeten wij aan met het eigenaardige verhaal dat uit de mond van deze vrouw komt? Tegelijkertijd kitscherig en ontroerend, slap en gekruid met geblaseerde grappen over surrealisten: iets over een kindertijd vol doden, een woestijnprins en de hele rij van 67 minnaars. En ineens zoent Madam hartstochtelijk met een jongeman, die bovendien haar kleinzoon is. Evenals vele andere personages in de trilogie is deze knaap trouwens dood, en de dood wordt de onderliggende orgeltoon. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, laat Lauwens de doden de andere verhalen binnenlopen en zich erin mengen. De dronken vader is hier pijnlijk bezopen tijdens zijn existentiële tour-de-force, en danst een springerige moonwalk. Daarna storten ze zich allemaal, met inbegrip van Isabella met al haar wonden des tijds maar ook in het bezit van een forse levenslust, op een schitterende, betoverende dans, vol geblaf en gekwispelstaart. Allemaal net honden die verlangen naar geluk! Het is verwarrend, dit hele moeras van verhalen, onderbroken door verwijzingen naar wereldoorlogen, Hiroshima, Afrika… Niettemin vormt het een superieure interculturele suggestie van hoe het vertellen van verhalen terug naar het theater gebracht kan worden. Lauwens heeft zich in zijn vroeg werk weliswaar beziggehouden met fragmentarisering en wat zich op afstand afspeelt, maar hier zien wij een nieuw geloof in de kracht van het verhaal en het vermogen ervan het publiek te ontroeren. Je wordt geacht een beetje te verdwalen in de toneelplot, net zoals de personen zelf verdwaald zijn in hun leven en zich laten afleiden door een dans, gegrepen worden door een gefluisterd lied in de hoek, zodat het aanzwelt tot het verlossende koor van het collectief. Geleidelijk aan, en ondanks de verwarring, voegt het zich allemaal samen tot een groter verhaal over wat mens zijn tegenwoordig inhoudt. Tegen alle verwachtingen in. Met zijn ambitie de kleine menselijke verhalen af te zetten tegen de grotere historische realiteit, doet het stuk ‘SAD FACE | HAPPY FACE’ mij denken aan een andere mijlpaal van het moderne theater, het zeven uur durende ‘De zeven stromen van de rivier de Ota’ (1994-1996) van Robert Lepage. Terwijl Lepage echter een visuele magiër is, is Lauwens het soort kunstenaar dat tovenarij bedrijft met fysicaliteit en muzikaliteit. In ‘De kamer van Isabella’ beweegt hij zich in zijn witte pak aan de rand van het toneel, als een discrete dirigent die de stroom leidt. Wat hij als regisseur doet, is nu juist het orkestreren en modelleren van woorden, lichamen en muziek, zodat het web van verhalen zich samenvoegt tot een ritmisch geheel, dat in vele lagen van de zintuigen wrijving wekt. Te midden van dood en wanhoop zal ook het sluitstuk, ‘Het hertenhuis’, een bedwelmend effect hebben. Als het schemerdonkere deel van de trilogie weet ‘De Lobstershop’ de stukken echter niet met dezelfde intensiteit samen te voegen. Maar hier hebben wij dan ook te maken met een onverdraaglijke stagnatie van een echtpaar dat een zoon heeft verloren. De verhalen verbleken, maar wat rest is een blik op de toekomst van de mens: een nieuwe, gekloonde zoon als een lachende lege huls, een mensachtig kreeftmonster. In ‘Het hertenhuis’ begrijp je volledig wat al die beesten – honden, kreeften, dansende beren – in de trilogie doen. Hier vormen vale, rubberen hertenkadavers een stapel op het toneel. O ja, dit is de ‘aard van de moderne mens’, in de zin dat je het bijna kunt ruiken tijdens het verhaal van een bloedbad onder een Kosovaarse familie, waaraan een zweem van een bizar Disneysprookje is toegevoegd. De vitale, troostrijke lichamelijkheid die de hele trilogie doorstroomt, heeft ongetwijfeld haar ruwe kanten als het om taboes en een groteske onaangenaamheid gaat. Het volwassen kleinkind dat Viviane De Muynck in het begin zoende, maakt plaats voor een ander: een klein lijk in een veel te kleurige lijkzak. De stervelingen hebben een hoop te dragen. De trilogie is één grote Requiem. Toch bevat zij hoop, in heel de warmte die afstraalt van de groep op het toneel. Ondanks het feit dat sommige van hen moeten verstarren, is het collectief constant in beweging. Ze zingen het met een ontembare levensdrang – heel dubbelzinnig: ‘We go on, and on…’

Monna Dithmer
⪡Left⪢
⪡Right⪢
⪡RightExtra⪢