Home
⪡JanAndGraceSubNav⪢
⪡Index⪢
⪡Review⪢

Wat baat mij een vaste hand, wat baat mij die verbazende macht als ik de orde der dingen niet kan veranderen,
als ik de zon niet in het oosten kan laten ondergaan, of ervoor zorgen dat de mensen minder lijden en niet sterven?

- Caligula in Caligula van Albert Camus

The Dark Side of the Moon

Een interview met Jan Lauwers, door Florian Hirsch.


Albert Camus heeft “Caligula” tijdens de Tweede Wereldoorlog geschreven, in een welhaast apocalyptische historische context. Waarom is het stuk vandaag de dag nog relevant?

Er bestaan twee versies van dit stuk. De versie die wij brengen – de tweede versie – werd inderdaad tijdens de oorlog geschreven. Interessant genoeg wijzigde Camus, op grond van zijn ervaringen tijdens de oorlog, zijn aanpak. Hij heeft Caligula radicaler gemaakt. De eerste versie van 1938 is duidelijk meer psychologiserend. Het is nogal eigenaardig, dat een filosoof van perspectief wisselt wanneer hij met een oorlog geconfronteerd wordt, want oorlogen hebben per slot altijd al bestaan. Maar wanneer men er middenin zit, dan kan dat iemands mensbeeld kennelijk extreem veranderen. Zoals dat ook bij Adorno, Benjamin en vele andere filosofen het geval is geweest. Men ontwikkelt dan gedachten zoals die, dat het voortaan onmogelijk zal zijn, nog kunst te scheppen. Maar - waarom is het stuk vandaag de dag nog actueel? Om een eenvoudige reden: sinds de Tweede Wereldoorlog hebben op onze planeet meer dan 850 oorlogen plaatsgevonden. Daarvan is haast niemand zich bewust. Ik heb ooit een performance gemaakt, waarin al deze oorlogen genoemd werden. De Tweede Wereldoorlog was zo onvoorstelbaar monsterlijk, dat iedereen daarna zei: zoiets mag nooit weer gebeuren – met als resultaat 850 andere oorlogen. Oorlogen zijn een deel van onze civilisatie, een deel van het menselijk gedrag. Ik denk dat een tekst over dictator vandaag de dag uiterst relevant is wanneer men bedenkt, wat er in de wereld gaande is. De strijd tegen het terrorisme, het fundamentalisme, de financiële crisis… Ik heb de indruk dat de hele loop der dingen gedurende de laatste jaren grondig veranderd is. Vanaf de dag dat de Twin Towers in New York ingestort zijn, via de financiële crisis van 2008, tot aan de revoluties in Afrika… Iedereen voelt zich op de een of andere manier onbehaaglijk. En in zulke onbehaaglijke situaties verlangen de mensen naar een dictator. Het zou mij bijvoorbeeld niet verbazen, als er morgen in Griekenland een dictator aan de macht zou komen. We bevinden ons dus in een situatie, waarover we dringend dienen te spreken.

De tweede reden waarom “Caligula” vandaag de dag niets van zijn actualiteit verloren heeft is nog veel eenvoudiger: het is een fantastische tekst. Met name de rol van Caligula is een geschenk voor een acteur. Ik ben heel blij dat ik dit stuk met Cornelius Obonya kan doen, omdat we gezamenlijk zeer diep gaan in de analyse van het gedrag van deze man en de verbindingslijnen naar Camus’ ‘filosofie van het absurde’ volgen.


De mensen sterven, en zijn niet gelukkig.

Ja, hoe ga je daarmee om? Dat is een uiterst actuele vraag, politiek, cultureel en religieus. Een vraag die het verlangen naar sterke religies, naar dictaturen aanwakkert. Weet je, wat zo indrukwekkend is aan deze eigenlijk in het Romeinse Rijk gesitueerde tekst? Het lijkt haast, alsof deze personages het over onze hedendaagse samenleving hebben. Incest, geweld, politieke corruptie enzovoort – alles, wat Caligula doet, komt ons ergens bekend voor. Men weet, dat deze dingen gebeuren. De politieke boodschap zou dus kunnen luiden: Be aware. Maak het je bewust. “Caligula” is waarschijnlijke het meest politieke stuk, dat ik de laatste 25 jaar geregisseerd heb.


Camus zelf heeft het verhaal van de opkomst en ondergang van Caligula beschreven als “een hogere vorm van zelfmoord”. Kun je daar iets mee?

Welnu, dat is misschien Caligula’s bedoeling. Maar men zou het verhaal ook als een illustratie van de onmogelijkheid van een hogere vorm van zelfmoord kunnen beschouwen. In ieder geval luiden Caligula’s laatste woorden: “Ik leef nog.” Ik vind het moeilijk te ontcijferen wat Camus met deze inschatting filosofisch precies wilde uitdrukken. Ik denk, dat men deze beschrijving eerder als metafoor moet opvatten. En het gaat meer om de mensheid als geheel, dan om een individueel levenslot. Denk je niet?


Inderdaad, want uiteindelijk daagt bij Caligula het inzicht dat de grenzenloze, barbaarse vrijheid waarnaar hij streeft, eenvoudigweg niet leefbaar is. Het is een bedrieglijke vrijheid. Omdat men niet vrij zijn kan ten koste van de rest van de wereld, en het leven zonder de anderen onmogelijk is.

Ik denk, dat dat inderdaad de sleutel tot dit stuk is. Vrijheid zonder sociale verantwoordelijkheid is pure horror. Hoe meer vrijheid men heeft, hoe groter is de verantwoordelijkheid die men draagt. Ik geloof in absolute artistieke vrijheid. Maar met deze vrijheid groeit tegelijk de mate van verantwoordelijkheid. Hoe hoger men klimt op de maatschappelijke ladder, hoe gevaarlijker wordt het. Macht corrumpeert. Altijd. Ze zet iets vrij, waaraan men zich niet kan onttrekken. Men kan Caligula zijn wandaden niet eens verwijten, net zoals men Dominique Strauss-Kahn eigenlijk geen verwijt kan maken. Absolute macht leidt vanaf een bepaald punt tot absoluut foute inschattingen en tot zelfbedrog. Deze mensen realiseren zich niet eens hoe zeer ze hun macht, hoezeer ze andere mensen misbruiken. De macht heeft hun verstand gecorrumpeerd. De mens kan er niet mee omgaan. En dan hebben we het niet alleen over Napoleon, maar over de meest alledaagse dingen. Macht is extreem aanwezig in elke denkbare situatie, op alle niveaus van de menselijke samenleving.


Verlang jij als kunstenaar er niet ook soms naar, de maan te bezitten? Naar het onmogelijke te streven?

Dat moet ik zelfs. Ik ben kunstenaar, maar ik ben ook een sociaal wezen. Als sociaal wezen hoef ik de maan niet te hebben. Als kunstenaar moet ik hem zien te veroveren. Ik moet het onmogelijke creëren. Menig dictator was tegelijk, of aanvankelijk, ook kunstenaar: Nero bijvoorbeeld, of zelfs Hitler. Maar wanneer je de drang van de kunstenaar naar het onmogelijke met de politiek combineert, dan is het resultaat altijd een catastrofe. Maar als kunstenaar is het altijd je doel, de maan te bezitten.


Je bent Artist in Residence – weliswaar niet op de maan, maar wel aan het Burgtheater – maar je komt eigenlijk uit een geheel andere theatertraditie, namelijk die van de Performance Art. Hoe zou je je werk aan het Burgtheater willen beschrijven?

Het systeem “Burgtheater” is zeer stabiel en solide. Het berust op reproductie. Toneelspelers moeten dezelfde voorstelling steeds weer reproduceren, waarin zij dankzij hun voortreffelijke vakmanschap ook slagen. De tegenhanger daarvan is: productie. Dat is Performance Art. Iets, dat men niet kan reproduceren. Theater is reproductie. Performance is productie. Ik probeer mijn ervaringen uit de Performance Art aan het systeem van de reproductie te koppelen, en op deze wijze een verbinding met het theater tot stand te brengen. Voor mij zijn de beste momenten van “Caligula” heel duidelijk die waarop men het gevoel heeft, dat het allemaal geïmproviseerd is. Dat zijn de momenten waarop de spelers zich dusdanig vrij voelen dat je denkt dat ze alles op het toneel spontaan en ter plekke ontwikkelen. Daarin komt een enorm verlangen naar vrijheid tot uitdrukking. De vierde wand wordt doorbroken, je neemt een direct contact met het publiek op.


Men krijgt de indruk dat je vaak bewust de focus op het toneel verschuift. Verschillende handelingen vinden gelijktijdig plaats.

Ik heb in de loop der jaren een werkwijze ontwikkeld, die ik de “off-center”-strategie noem. Het is heel eenvoudig: in een conventionele enscenering is het centrum identiek met de focus. “Off-center” betekent: geen focus. Als je dus een centrum hebt, en een zone die buiten dit centrum valt, en je behandelt ze gelijkwaardig en brengt ze in een nieuw evenwicht met elkaar, dan wordt het “off-center” opeens net zo belangrijk als het centrum – en het publiek kan zelf beslissen of het twee, drie, vier of zelfs vijf centra tegelijk wil volgen. Dat maakt associaties op geheel nieuwe niveaus mogelijk. In “Caligula” treedt een personage op, dat bij Camus niet voorkomt: Octavia, gespeeld door Anneke Bonnema van de Needcompany. Zij is het “off-center” en vertelt op haar manier het hele verhaal, vrijwel zonder tekst. Mij gaat het altijd om de energie. Kunst is energie. Kunst is vrijheid. En kunst is communicatie. En ik hoop, dat we deze drie elementen kunnen samenbrengen in deze prachtige ruimte, in het Kasino aan de Schwarzenbergplatz.

Een Burgtheaterproductie in samenwerking met Needcompany.

Tekst
Albert Camus
Regie
Jan Lauwers
Met
Anneke Bonnema, Hans Petter Dahl, Nicolas Field, Maria Happel, André Meyer, Cornelius Obonya, Falk Rockstroh, Herman Scheidleder

Première
17 mei 2012 in het Kasino, Wenen